Elke muzikant kan leren van Alain Clark live
 


IMG_7496-2-300x200Onlangs presenteerde Alain Clark zijn nieuwste CD in een overvol Paradiso. Het publiek genoot, terwijl singer-songwriter en nieuwe Gobsmag-columnist Oliver Alexander (foto) vooral onder de indruk was van het perfectionisme van de show. Daar kunnen veel muzikanten nog een puntje aan zuigen. “Muzikale acrobatiek van de bovenste plank.”

Door Oliver Alexander, pop/jazz singer-songwriter die zijn kantoorbaan verruilde voor een leven als muzikant

Sinds 28 februari 2014 stel ik me Alain Clark voor als iemand die elke ochtend, direct na het openen van zijn ogen, aan een tot in de puntjes georganiseerd ochtendritueel begint. Zijn douche op precies de juiste temperatuur, de toastjes uitstekend goudbruin en zijn jus d’orange met exact de juiste hoeveelheid vruchtvlees. Hij móet wel een perfectionist zijn, anders kan ik niet verklaren wat hij op die inmiddels beroemde 28ste februari in Paradiso Amsterdam neer wist te zetten.

Alain Clark is voor mij een schoolvoorbeeld van een ondernemende muzikant anno 2014. Niet het stereotype muzikant, dat ongeschoren een half uur te laat in een besmeurd shirtje op een gig verschijnt, maar een muzikaal ondernemer. Het (voor elke muzikant noodzakelijke) gevoel en de beleving hoor je terug in de door hem zelf geschreven liedjes en bezielde uitvoering daarvan. Tegelijkertijd is hij geen zweverige kunstenaar, maar snapt hij wat zijn publiek (waaraan hij z’n boterham verdient) wil horen en zien… en levert dat dan ook.

En dus kreeg het publiek in de Paradiso op 28 februari een show te zien waar menig muzikant jaloers op zal zijn.

Alles klopte: het geluid, het licht, de band, de flow van de setlist, de arrangementen en natuurlijk de frontman zelf. “Normaal gesproken speel je op een album release show vrijwel alleen nieuwe liedjes, maar wij spelen vanavond van alle albums tracks,” zei Clark zelf aan het begin van de show. Dat bleek een verstandige keuze, want juist door die dwarsdoorsnede uit zijn repertoire was de variatie in de setlist enorm. Alleen ‘Heerlijk’ (van zijn eerste, Nederlandstalige album) ontbrak… maar dat vond ik persoonlijk bepaald geen gemis.

De bekende nummers die wél in de show zaten, waren vrijwel allemaal in een nieuw jasje gestoken. Het vrolijke ‘Wonderful Day’ werd bijvoorbeeld voorzien van een Braziliaans sausje, wat de feestvreugde bij het publiek alleen maar deed toenemen. Erg cool, want op deze manier heeft de liveshow ook echt een toegevoegde waarde boven het naspelen van je album, wat veel andere artiesten helaas nog steeds doen. Clark gaat juist voor maximale show: nummers worden aan elkaar geregen met het ene instrumentale intermezzo na het andere. Neem van een muzikant aan: alle breaks en andere trucjes die er uitgehaald werden zijn muzikale acrobatiek van de bovenste plank. De band van Alain Clark, die bestaat uit de top van de Nederlandse (sessie-)muzikanten, kon dat makkelijk aan.
Juist in die intermezzo’s werd ook duidelijk hoe lang er aan de (licht)show gewerkt was: vrijwel ieder muzikaal accent werd ondersteund door een perfect getimede lichtflits. Over elke seconde van de show was nagedacht, zoveel was duidelijk.

Het enige wat soms niet meewerkt aan de foutloze show is paradoxaal het publiek zelf.

Bij de rustige nummers kletst een deel van het publiek rustig over hun weekendplannen, recht door de muziek heen. Dat kun je de muzikanten echter niet kwalijk nemen.
Sommige muzikanten gruwen van zo’n uitgedachte show en zweren bij zoveel mogelijk improvisatie, go with the flow en zie maar wat er gebeurt. In vrijere muziekstijlen als de jazz is dat weliswaar een mooi streven, maar in de popmuziek vind ik een show die tot in de puntjes uitgewerkt is pas echt een toonbeeld van professionaliteit. In Nederland en ook in de Nederlandse popmuziek leek “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” jarenlang een mantra te zijn. Met eigenlijk on-Nederlandse shows als deze laten muzikanten als Alain Clark zien dat het ook anders kan. Het publiek luistert met z’n ogen, dat hebben Alain Clark en zijn team door.

Bij het laatste liedje zegt Clark dat hij na de show recht door de grote zaal van Paradiso naar buiten wil gaan lopen. Hij wacht bij de uitgang een kwartiertje op publiek dat zich bij hem wil aansluiten, om vervolgens naar de People’s Place te wandelen voor de afterparty. Zijn nieuwe album heet niet zonder reden “Walk With Me”.
Onderweg denkt hij, met tientallen fans in zijn kielzog, vast alweer aan morgenochtend. Inclusief perfect ontbijtje.

Oliver Alexander is columnist voor Gobsmag, maar vooral ook singer-songwriter. Hij wisselde een fulltime kantoorbaan onlangs in voor het muzikantenleven en schrijft, speelt en zingt liedjes die klinken als een snufje John Mayer, een scheutje Billy Joel en een vleugje Michael Bublé. Bezoek zijn site op www.oliveralexander.nl, like hem op Facebook en volg hem op Twitter.

Foto Alain Clark: Mark Uyl.nl

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op