Gobsmag interview: Rival Sons wordt een beetje moe van de Led Zeppelin vergelijking
 


“Ik vroeg me af: heeft de wereld nog een Coldplay nodig? Nee, natuurlijk niet!”

Schermafbeelding 2014-05-06 om 21.54.09Goed nieuws: Rival Sons brengt op 6 juni hun nieuwe album Great Western Valkyrie uit. Het is de vijfde langspeler van de populaire Amerikaanse rockband sinds de oprichting in 2009 en een meer dan goede reden om gitarist en oprichter van de band Scott Holiday eens goed aan de tand te voelen. Een gesprek over voetbalvelden met lege flessen, een nieuwe bassist en een natte rockersdroom. Jaja.

Door Rob Verkerk / @Verkerk_Rob

Hallo Scott, we volgen jullie nu al wat jaartjes en zagen op de nieuwe albumcover een kant die we niet eerder hebben gezien van Rival Sons. Simpel gezegd: what’s up with the suits?!

We hebben altijd al pakken gedragen, hoewel het voorheen allemaal wel iets losser was, ja. Voor mij voelt het in ieder geval niet echt als een grote verandering. Het is niet echt dat we een bewuste keuze hebben gemaakt wat betreft onze looks. Tijdens de opnames van ons nieuwe album begonnen we er gewoon wat strakker uit te zien. Minder tierelantijntjes, strakkere kapsels, etc.

Dat heeft dus niets te maken met een move die jullie maken in de muziek? Hoewel het nog altijd als Rival Sons klinkt, voelt het een stuk volgroeider. De pakken en kapsels passen er wel erg goed bij…

Ik snap compleet dat mensen dat er uit op kunnen maken. Maar fuck dat! We zijn niet bewust bezig met een stijl, maar we houden wel van stijl. Daarbij komt dat we non-stop naar onszelf moeten kijken. Je wilt toch weten welke foto’s worden gebruikt van je shoots. Je checkt toch even snel of ze je video-interviews niet verknipt weergeven. Als je dan vaak genoeg naar jezelf hebt gekeken denk je fuck dit! Dan wil je wel iets nieuws, je wordt moe van je eigen kop, zeg maar.

Moe worden van je eigen kop. Moe worden van de shitload aan rockbands die het aan een echt rock ‘n’ roll gevoel ontbreekt. Zien jullie het als een missie om de echte rock ‘n’ roll te redden?

Absoluut niet! Het enige wat wij willen is de muziek maken die wij willen maken met een gevoel van eerlijkheid en onze volledige integriteit. Rock ‘n’ roll redden klinkt daarnaast ook erg negatief, alsof het niet meer te redden valt. Het licht van rock ‘n’ roll is gedoofd, het is niet uit. Wij maken muziek omdat we er dol op zijn. We leven in de droom die we alle vier als tieners hadden. De wereld rondvliegen, spelen, fans ontmoeten en onze muziek opnemen in een omgeving die wij wenselijk achten voor het geluid dat wij najagen.

Het geluid dat jullie najagen?

Ja. Toen ik deze band jaren geleden begon, was ik wel serieus bezig met het type band dat ik wilde starten. Mijn hart ging van nature al uit naar rock maar daar zijn nog duizenden wegen in te kiezen. Ik vroeg me af: heeft de wereld nog een Coldplay nodig? Nee, natuurlijk niet! Ten eerste spelen zij zelf nog en ik kan je zo honderden bands noemen die hetzelfde najagen. Niet dat ik muziek zou willen maken zoals Coldplay doet, maar je begrijpt mijn punt. Dat is dus wat ik net bedoelde met het gedoofde rock ‘n’ roll lichtje. Toen ik deze band begon was er zo weinig echte rockmuziek te bekennen. En dan bedoel ik niet de dertien in een dozijn rockbands, maar echte rock ‘n’ roll doordrenkt van emotie, blues en soul. Ieder zijn ding, maar dat was voor mij echt een gat in het huidige muzikale aanbod en dus besloot ik het zelf te gaan maken. Veel mensen vinden het retro maar daar gaat het niet om. Het gaat om onze harten die we uitstorten op tape.

rival1Je geeft aan dat heel de band zijn gevoel blootlegt op jullie albums. Is het dan niet heel erg frustrerend om telkens te worden vergeleken met de grootheden uit het verleden, noem een Led Zeppelin of The Doors?

Natuurlijk is dat vermoeiend. Niet dat ik er grootse problemen mee heb, maar er zijn een paar specifieke namen die keer op keer naar voren worden gehaald. Zelfs als een riff in mijn ogen totaal niet lijkt op iets wat Jimmy Page ooit heeft geschreven, wordt er alsnog gezegd dat het op Led Zeppelin lijkt. Het is oké als mensen zó graag in hokjes denken, ze zijn vrij om dat te doen. Dat is hun kader. Daarnaast zie ik het ook als een uitdaging. We kunnen gaan zitten jammeren dat er mensen zijn die ons niet waarderen om wie wij zijn, maar we kunnen ook ons best doen om onszelf te bewijzen. Dat is wat we doen, bewijzen dat wij onszelf zijn. Als wij willen schreeuwen dat wij meer zijn dan een van onze invloeden, dan is het ook aan ons om dat te laten horen.

De EP meegerekend, is dit is jullie vijfde release die jullie hebben opgenomen met producer Dave Cobb. Wat is er zo fijn aan het werken met Dave en was er ooit sprake van een samenwerking met een andere producer?

We hebben wel wat gesproken en nagedacht over het eventuele opnemen met iemand anders, maar niet te serieus. Hij is onze vriend, we hebben dezelfde muzieksmaak, een enorm goede gitarist. We hebben zoveel raakvlakken en daarom is het heel makkelijk om bepaalde beslissingen te nemen. Daarnaast zijn er tegenwoordig maar erg weinig producers die weten hoe je het geluid dat wij nastreven het best kunt opnemen. Onze vorige albums werden opgenomen binnen twintig dagen, wat apart is aangezien we geen nummers van tevoren schrijven. We willen on-the-spot een album maken van voor tot achter. Het voelt voor ons alsof we er een vijfde bandlid bij hebben in de studio. We zitten op een gelijk niveau en Dave heeft net zoveel recht om te zeggen dat iets niet werkt of geschrapt kan worden als ik. Zodra hij zegt dat iets echt niet goed is, dan gooi ik het zonder moeite in de vuilnisbak.

Het schijnt dat jullie de vorige twee albums geschreven op bepaalde dranken. Pressure & Time zou zijn geschreven op Jameson whiskey en Head Down op Four Roses bourbon. In plaats van twintig dagen hebben jullie nu zes weken in de studio gesleten. Zaten jullie languit te genieten van een single malt of wat?

Hahaha! Tsjaaa… Nee, het was nu een mengeling van Four Roses, Jameson en eigenlijk alles wat lekker smaakt. Het grappige is dat we niet à la stereotype rocksterren zuipen om te kunnen schrijven. Het is gewoon een stukje ontspanning. Achteraf lijkt het dan ineens alsof je alleen maar hebt ontspannen. Toen ik na afloop alle legen flessen bij elkaar zag, kreeg ik spontaan steken in mijn lever. Dave Cobb maakte voorheen ook altijd de grap dat hij na een opnamesessie met ons zijn studioruimte kon vullen met de lege flessen. Nu zei hij dat er genoeg was voor voetbalveld. Wat betreft die zes weken: we gunden onszelf dit keer iets meer tijd. Normaal gingen we de studio in tussen onze tours in. Daardoor stond een begin- en eindpunt altijd al vast. Nu was onze agenda voor de komende maanden blanco, daardoor wisten we dat we wat meer op ons gemak konden doen.

Het resulteerde dus in een voetbalveld vol lege flessen? Dat klinkt als een goede ontgroening voor jullie nieuwe bassist David Beste. Hoe was het om met een nieuw bandlid de studio in te duiken?

Toen Robin Everhart besloot te stoppen als bassist, was David Beste direct onze eerstvolgende keuze en hij zei onmiddellijk ja! Hij hoefde er niet eens over na te denken. Ga er maar aan staan: drie albums en één ruime EP binnen no-time uit je hoofd leren. We spelen headlineshows tot zo’n twee uur en Robin speelde geen lullige baspartijtjes. Maar David speelt ze allemaal alsof hij nooit anders gedaan heeft. Ergens had het daarom een voordeel dat Robin halverwege een tour stopte. We hadden nog veel shows op de agenda staan en die zeg je als band niet zomaar af. David heeft daarom een half jaar lang een goede vibe kunnen krijgen van wat de band is en waar we voor staan. Die vibe heeft hij kunnen meenemen naar de studio, met daarbij natuurlijk zijn eigen input.

En hoe bevalt die verse input?

Het was heel erg verfrissend! David is een gouden kerel en hij neemt zijn eigen invloeden mee de studio in. Invloeden die enorm goed mengen met onze muziek en referenties. Het ademde in de studio ook gewoon nieuw leven. De een haalt andere kanten van jezelf naar boven die de ander niet naar buiten krijgt. Dat was een goed gevoel.

rival2Even over Robin Everhart. Hij stopte ongeveer een half jaar geleden met Rival Sons. Hierbij maakte hij er geen geheim van dat hij het rock ‘n’ roll tourleven iets te zwaar vond. Hoe ervaar jij de negatieve kanten van deze levensstijl?

We hebben het allemaal wel eens moeilijk. We hebben allemaal onze geliefden thuis zitten. Ik geloof dat het gevoel van missen nooit went. Dat zal een ieder hebben die in onze schoenen zou staan. Ik heb een vrouw en kinderen thuis zitten, dat is gewoon niet leuk. De keerzijde daarvan is wel dat wanneer ik thuis ben, ik dan ook echt thuis ben. Geen gezeik met een wekker die ’s morgens vroeg gaat, geen files, geen vast schema, helemaal niets. Als ik thuis ben en de kinderen zijn er dan is het heel de dag: wie wil er frisbeeën, wie wil er voetballen, wie wil er fietsen. Kortom lol maken, dat ik dan vervolgens drie, vier, vijf, zes, zeven weken weg ben is, hoe graag ik het pad ook bewandel, erg moeilijk.

Laten we er dan maar snel over ophouden. Daarom een logische vervolgvraag: Wat maakt jou leven in de band nou helemaal het einde?

Dat er tijden zijn dat we avond na avond staan te spelen voor mensen. Mensen die niet alleen veel geld maar ook veel tijd investeren in die ene show. Ze kopen weken, soms wel maanden van tevoren een kaartje voor die ene show. Kopen een shitload aan merchandise, kopen onze platen, luisteren onze platen en komen het dan meezingen als we een stad in hun buurt aandoen. Dat is het machtigste gevoel ter wereld. Daarom kan ik nooit een ‘half-assed’ show spelen. Ik weet wat er in die mensen omgaat, wat er op het spel staat. Ik was ook zo’n jongen, ik heb aan de andere kant gestaan en daarom geef ik mijn hart en ziel elke keer als ik op een podium sta.

Heb je het gevoel dat er een ander soort romantiek bestaat bij rockconcerten dan bij andere muziekgenres?

Ik zal niet zeggen dat er meer romantiek is bij een rock ‘n’ roll optreden maar wel een specifiek soort romantiek. In tegenstelling tot bijvoorbeeld veel pop-acts is een rockshow perfect in een kleine club, met alleen een lichtshow en een strakke liveband. Het geeft een gevoel van verbintenis, haast romantisch. Een popshow is niet verkeerd, maar vaak sta je er maar letterlijk naar te kijken. Ik voel daarbij weinig betrokkenheid. Betrokkenheid die ik wel voel als ik achterin die obscure tent sta waar een strakke liveband het hele publiek meekrijgt. Maar misschien is dat ook maar omdat het mijn voorkeur geniet…

Voorlopig is de romance met Europa een stuk intenser dan in de Verenigde Staten?

Ik denk dat het voornamelijk te maken heeft met de plek waar ons label Earache Records gevestigd is. Die opereren vanuit Groot-Brittannië en gebruiken hun eigen netwerk. Ze hebben de lijntjes uitgegooid die zij als beste achtten. De vonk sloeg in veel gevallen meteen over waardoor het voor ons makkelijker was om shows te boeken in Europa dan in Amerika. Leuk detail is dat ons succes overzees begon in Canada, later sijpelde het door naar het zuiden. We doen het nu wel oké in de VS, maar Europa was meteen ontvankelijk. En als mensen in Europa willen dat we hier spelen, dan spelen we hier!

Beetje off-topic, heb je vorige week met Record Store Day nog iets bijzonders gedaan?

Nee… Ha! Ik weet dat het een beetje shitty klinkt, maar nee. Met Rival Sons hebben we wel een kick-ass groen vinyltje uitgebracht met twee tracks van het nieuwe album. Ik ben echt een enorm fan van het hele Record Store Day concept en van platenzaken in het algemeen. Record Store Day is daarom voor mijzelf niet noodzakelijk. Ik heb geen speciale feestdag nodig om leuke platen te kopen. Ik koop altijd en overal platen. Ik had wel graag bij Jack White’s live plaatopname willen zijn. Hij heeft een record gezet voor het snelst geproduceerde vinylsingletje. Echt in één woord geweldig! Trouwens, binnen twee dagen doe ik een kleinschalig showtje voor Record Store Day Zweden. Daar ga ik waarschijnlijk ook met een shitload aan platen weg.

Wat voor platen hebben jouw voorkeur?

Ik houd echt van 60’s garagerock. The Sandells, The Flaming Groovies; dat soort dingen. Dat is echt mijn grootste vinylfetish. Daarnaast veel jazz zoals Nina Simone, Miles Davis en niet te vergeten mijn achterlijk grote Elvis collectie. De laatste weken heb ik echt een 80’s vibe. Ik kocht laatst nog Soft Cell, The Go-Go’s, dus eigenlijk kan je wel zeggen dat ik van alles koop. Als het maar kwaliteit is.

Mocht het muzikantenleven dus mislukt zijn, had je waarschijnlijk een platenzaakje gehad?

Dat ja. Of iets sulligs zoals muziekprogrammeur. Maar ik had ook wel professioneel hangglider willen zijn.

Hangglider? Je houdt dus wel van een beetje gevaar? Zijn extreme sports jouw ding?

Ik houd er ontzettend van! Enig probleem is dat ik tien kwetsbare vingers heb. De moneymakers zeg maar. Als een van die vingers niet meer mee kan doen, dan ontneem ik veel mensen hun dagelijks brood. Niet alleen de band maar ook de crew en hun gezinnen. Dus wat dat betreft sta ik altijd maar langs de zijlijn. Ik heb een mooi huis in California, op een plek waar mensen normaal hun vakantie doorbrengen, aan het strand. Ik kijk dus geregeld naar mijn surfervrienden en mijn zwager is ook nog eens wereldkampioen surfen. Daardoor zijn dergelijke sporten altijd in mijn directe omgeving. Het is erg aanlokkelijk, maar dat is het enige waar ik verstandig in wil zijn.

Uitdagingen houd je dus liever op muzikaal vlak. Je speelt eigenlijk alleen gitaar in het openbaar. Is er nog een instrument dat je graag zou willen leren spelen?

Ik heb een erg mooie originele sitar waar ik graag op speel. Maar ik doe dat niet op de manier waarop het bedoelt is. Dat zou ik wel graag willen.

Wat is voor jou de heilige graal? Je natte rockersdroom?

Absoluut een arenatour. Dat lijkt me compleet het einde. Als ze nu een arenatour zouden kunnen boeken dan hoeven ze me niet eens te betalen. Dat lijkt me echt geweldig. Van arena naar voetbalstadion naar de volgende arena. Dat, met een ruime tourbus waar ik mijn familie in kan meenemen. Neemt niet weg dat ik erg blij ben met hoe het nu gaat, maar dat is toch echt het ultieme. Zonder die jongensdroom was ik nu ook niet zover gekomen, dus hopelijk komt het ooit zover. Op artistiek niveau is de heilige graal simpelweg het groeien als muzikant, het evolueren, het samenwerken en het creëren van muziek die voor mij en de luisteraars uitdagend blijft. Hopelijk kunnen voorgenoemde dingen mooi samen vloeien.


Rival Sons speelt op 4 juni in Doornroosje, Nijmegen.

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op