Iets meer dan drieduizend woorden over hoe Augustines mij al twee jaar bezighoudt
 


“Daar, voor het glas-in-lood van Neerlands enige poptempel, schreeuwt Billy z’n demonen niet terug naar Amerika, maar helemaal terug naar de hel”

WeAreAugustinesRiseYeSunkenShipsDe plaat heet Rise Ye Sunken Ships en het is vanaf de eerste seconden raak. Soms voel je het meteen: dit is mijn band. Wat dat ook moge betekenen. We Are Augustines was de bandnaam, inmiddels gaat het trio, twee Amerikanen en een Engelse drummer, door het leven als Augustines. In de afgelopen twee jaar heb ik ze twee keer mogen ontmoeten voor mijn werk en dat heeft me zó veel inspiratie gegeven dat ik pas rond de drieduizend woorden kon stoppen met typen. En ja, ik ben bekend met de wet “schrijven is schrappen”. Dus moet je nagaan.

Door Harm de Kleine / @harmdk

Het staat me allemaal nog helder voor de geest. We schrijven eind 2011 en ik word getipt door het meisje met wie ik naar een concert van The Maccabees in Paradiso ga. Ze sms’t, volgens mij had ik nog een Blackberry, dat het voorprogramma een bandje is dat in ons straatje past. Ze had het single’tje bekeken op Youtube en wist dat ik dit ook tof zou vinden. Check het even.
Ze heeft gelijk: Chapel Song, met die schattige clip met kussende stelletjes, raakt me meteen. De spannende percussie, het prettige gitaarrifje en met name de stem plus teksten van zanger Billy McCarthy.
I’ve got a pocketfull of handshakes and it don’t mean nothing.
Van die zinnen die meteen mijn aandacht hebben.
I’m a bowl of bruised fruit inside a chapel of shiny apples.
Hier heeft iemand over nagedacht. Iemand die de kracht van het woord kent. Een zin, een paar woorden slechts, maar er een heel verhaal mee kunnen vertellen. Precies dezelfde reden waarom ik blijf roepen dat The National de beste band van de laatste 10 jaar is.

Overweldigend
8 februari 2012 speelt Augustines in een langzaam voller lopend Paradiso, als opwarmer voor The Maccabees. Ik sta achterin, niet met het meisje dat me destijds getipt had. Er waren dingen gebeurd waar niet alleen muzikanten als Billy McCarthy liedjes over schrijven. Well there goes my girl…

In Paradiso zie ik een band die er vol voor gaat. Eentje die begrijpt dat een bevlogen optreden, zelfs als voorprogramma, dé manier is om zieltjes te winnen. Waar je op plaat nog wel eens zou kunnen twijfelen aan de echtheid van de emotie, zie je bij Billy McCarthy in een oogopslag dat hij het meent. Daar, voor het glas-in-lood van Neerlands enige poptempel, schreeuwt hij z’n demonen niet terug naar Amerika, maar helemaal terug naar de hel. Lord, I ain’t gonna wait around for some pill to kick in…
Het optreden van The Maccabees? Staat me niks meer van bij.

Op 16 mei 2012 sta ik met twee collega’s wederom in Paradiso. In de kleine bovenzaal speelt Augustines een eigen headlineshow. Heel Europa waren ze al door geweest en hierna zouden ze nog twee keer dit jaar in Nederland terugkeren.
Zieltje voor zieltje.
Tijdens de show slaan we elkaar verguld op de schouders. Het mediabedrijf waar ik inmiddels in dienst ben als redacteur, organiseert showcases in de club naast de Ziggo Dome en voor de tweede editie, in juli, hebben we Augustines uitgenodigd. Want ja, ze hadden ons, mijn twee meter lange collega redactielid stond ook in de zaal, dus ingepakt als voorprogramma van The Maccabees. Kansen zien is één, kansen grijpen is twee. En deze moest gegrepen worden, daar waren we het snel over eens.
In de kleine zaal van Paradiso volgt de definitieve bevestiging: deze band verdient een groot publiek en nog belangrijker: deze band heeft de liedjes en overtuigingskracht er nu al voor. Dat wij straks een klein zetje in de goede richting mogen geven, voelt als iets om trots op te zijn.
Ik kijk om me heen in de kleine Paradiso zaal en zie lachende gezichten. Het is Billy weer gelukt. Met z’n enthousiasme en gedrevenheid weet hij iedereen voor zich te winnen. ‘Overweldigend’ is het woord dat ik een dag later gebruikt bij het omschrijven van de avond aan een goede vriend.

Alsof we vrienden zijn
Op 2 juli 2012 ontvangen we de band in Club Ziggo en ze stellen wederom niet teleur. Een mannetje of 200 hebben we die avond naar de club gekregen en een vriend van me praat nog altijd over dat optreden als een van de beste waar hij ooit bij is geweest. Dat streelt het ego van de programmeurs in kwestie, maar is natuurlijk een lege streling: met deze magie hadden wij weinig te maken. Wij hadden ze enkel een podium geboden, de rest is aan de band. Er is altijd nog een kans, vooral met Amerikanen in het spel, dat in de loze uurtjes na de soundcheck een bezoekje aan een coffeeshop gebracht moet worden. Of dat de ijskast met Heineken binnen twintig minuten leeg moet. Allemaal niet bevorderlijk voor een optreden van een paar uren later, kan ik inmiddels uit ervaring vertellen.
Maar gelukkig, Augustines zag dit optreden ook als een kans en ging dit niet verprutsen door zich te vergrijpen aan de geneugten van een nieuwe stad in het tourschema.

Club Ziggo

Augustines in Club Ziggo, 2 juli 2012

streamer1Na de show, de club is inmiddels weer leeg en de opnameapparatuur is opgeborgen, kom ik Billy weer tegen. Een blikje Heineken in zijn hand, die kenmerkende grote Coolgate grijns op zijn gezicht.
“Great show,” zeg ik en geef hem een hand.
“Thanks, man,” antwoordt de zanger en na de handdruk slaat hij mij ook nog op de schouder. Alsof of we oude vrienden zijn en misschien zijn we dat deze dag ook wel.
Een beetje overmoedig laat ik Billy weten dat ik hun debuutalbum grijs draai. En die show in de bovenzaal van Paradiso eerder dit jaar, man, dat was geweldig. Ter plekke bedank ik hem nogmaals voor beide.
“That’s awesome. Really love to hear that.” Billy kijkt me lichtelijk aangedaan aan, buigt z’n hoofd een beetje en zegt “give me a hug, man” en dat doe ik maar, ook omdat hij al klaar staat met zijn armen wijd open. Amerikanen, right?
“Come on, let’s go outside,” zegt Billy.
Hij steekt een peuk op en ik doe de kraag van mijn jack omhoog. Op het verlaten plein voor de immense Ziggo Dome in Amsterdam (Pearl Jam treedt er een dag later op voor ruim 15.000 fans, de dranghekken staan al klaar) vraag ik hem naar de recente successen in Engeland. Ze gaan daar hard en Billy vindt het geweldig om eindelijk te kunnen oogsten.
Helemaal bevatten kan Billy het nog niet, al deze gevonden adoratie. Waarom nu wel? Hij vindt het nog steeds een vreemde gedachte dat mensen over de hele wereld zijn muziek luisteren. Muziek die hij thuis gemaakt had, ver weg van Europa.
“What happened, man!” roept hij een beetje gekscherend en ik antwoord bijna net zo gekscherend “the internet, man!”.
Billy lacht en schiet z’n sigaret weg.
“Yeah, the internet,” zegt hij. “Man, you’re so nice, everbody here is so nice.”
Hij klopt op zijn broekzakken en zegt “I wanna give you something”. Waarom weet ik niet, maar het is blijkbaar zo’n avond.
“Here, take this guitar pick, my Dutch friend.”
Ik hou de rode plectrum triomfantelijk in de lucht en zeg “don’t forget me when you’re big” op een toon waarop het lijkt dat ik een grap maak.
Billy lacht nog eens.
“You know I ripped my pants on stage,” zegt hij en draait zich om.
Dat er inderdaad een scheur in z’n broek zit, verbaast me niks.

Donkere tijden
De zomer verdwijnt, de liefde voor Augustines blijft. Rise Ye Sunken Ships is de cd-speler niet uit te krijgen. Uit eerste hand mogen horen waarom Billy en zijn muzikale broer Eric Sanderson dit album moesten maken vergroot de impact van het werk. Dit gaat niet om zoeken naar wereldwijde adoratie, dit is –hoe cliché het ook klinkt- therapie voor ze.
James, de broer van Billy, leed aan schizofrenie en is het sleutelfiguur van de plaat. Het verhaal van James gaat over een machtig land als Amerika dat deze zieke mensen kan negeren en weigeren de helpende hand toe te steken. James die zonder professionele hulp het gevecht met zijn demonen niet kan winnen. Een gek geworden James die de wet overtreedt en in de gevangenis belandt.
James die zelfmoord pleegt.

Billy zit dan, samen met Eric, in een band genaamd Pela. Het verloren gevecht van zijn broer dreunt na en zorgt ervoor dat die band uit elkaar spat. Billy kan het allemaal even niet meer bolwerken. Hij zit op een dood spoor. Alles wat was hem lief is, gaat kapot.

En Pela begint nog wel zo voortvarend. Getekend op het Brassland label, eigendom van Brooklyn vrienden en toen ook nog behoorlijk underground zijnde The National, verschijnt in 2005 een debuut EP’tje. Twee jaar later volgt zelfs een heel album, bij het label Great Society: Anytown Graffiti. Niet bepaald een verkoopknaller en Pela moet het vooral hebben van hun live shows.

Toch zetten ze door. Uit ruim veertig liedjes maakt de band een selectie en bijna ligt een tweede langspeler in de winkels. Bijna, want na meerdere luisterbeurten van het afgemixte materiaal is men het er over eens: dit is niet goed genoeg en mag niet verschijnen. Er zit niks anders op dan alles nog maar een keer op te nemen. Een lijdensweg wordt het, met veel ruzies tussen de bandleden, met het label en met de manager.

Dan bereikt Billy het tragische nieuws over zijn broer en ontploft de boel. Pela kwam die storm nooit te boven, vertelt Eric later. Wikipedia vat het vervolgens treffend samen: Pela was an American indie rock band from Brooklyn known for their intense live performances.

Verplichting
Maar Billy blijft een muzikant. En muzikanten moeten muziek maken. Omdat ze simpelweg niet anders kunnen. Hij gaat aan slag met de liedjes die eigenlijk bedoeld waren voor Pela. Al gauw vloeit ook broer James uit de pen. Onvermijdelijk voor een gevoelsmens als Billy.
Er is nog geen nieuwe band, er is nog geen nieuwe naam, er is alleen die ontembare drang om te schrijven en te zingen over wat het leven hem heeft aangedaan. Over de dingen die hij maar niet begrijpt. Over dat grote land dat Amerika heet en zo vaak opschept over hoe goed ze wel niet is, maar ondertussen wel duizenden mensen aan hun lot overlaat. Daklozen, geesteszieken, immigranten: ze raken Billy in zijn kern. Hij wil niks liever dan zich schor zingen voor deze aan de rand van de maatschappij levende mensen, ook als het maar één begrijpend oor oplevert. Hij is het aan James verplicht.

En met wie anders kan hij dit doen dan met zijn steun en toeverlaat Eric? Samen maken ze Rise Ye Sunken Ships, dat uiteindelijk in 2011 verschijnt. Sleutelnummers zijn Juarez en Book of James, die beide rauw verhalen over de dood van zijn broer. In laatstgenoemde zingt Billy:

I guess you’re either headin’ somewhere or endin’ up somewhere
Cause I tried the bible, I tried the bottle,
I tried the needle, I tried to love people
And in the end there ain’t nothin’ to say
And in the end there ain’t nothin’ you can say anyway
And I stand here in my shoes, unable to move
My hat in my hands, at the bottom of the ocean

En dan de belangrijke woorden die nog steeds door merg en been gaan: “Well I know we tried and you’re forgiven. You’re forgiven.”

Billy en Eric vinden in de Brit Rob Allen een drummer en dopen de nieuwe band We Are Augustines. Of eigenlijk Augustines (zowel Billy als Eric zijn geboren in augustus, een dag na elkaar), maar die bandnaam is al vergeven. Gedrieën gaan ze op pad met het nieuwe album onder de arm. Amerika, Engeland en Europa: het trio weet middels hun openhartige optredens een publiek voor zich te winnen.
Die tour sluiten ze af in Amsterdam, op 22 oktober 2012 in een uitverkocht Bitterzoet. Natuurlijk in Amsterdam, zou je bijna zeggen.

Nieuwe tijden
In 2013 wordt het even stil rondom de band. Af en toe vraag ik aan de Nederlandse promotor hoe het met de band staat, of er nieuws is. Ze zijn bezig met een album, vertelt hij. En dat nieuwe materiaal is overweldigend, heeft hij van het management gehoord.
Het gesprek herhaalt zich in de maanden erna nog regelmatig.

Het leven gaat door.
Er volgen andere platen en optredens van andere artiesten.
Er komen andere mooie, interessante mensen op mijn pad.

Vlak voordat ik voor het eerst in jaren weer eens op vakantie ga, eind augustus, valt de nieuwe single van Augustines in mijn inbox. Inderdaad, Augustines: ze hebben van die andere Augustines de naam gekregen en het ‘we are’ mag in een doos naar de zolder.
Cruel City heet het liedje en tot mijn verdriet kan ik er niet zoveel mee. Het raakt me niet, het klinkt me te makkelijk in de oren. Dit is niet de Augustines waar ik van houd. Ik probeer het een paar keer, maar elke luisterbeurt is onbevredigend.
Ik ga op vakantie en neem niet mee: de nieuwe single van Augustines.

Maar dan. We naderen kerst als er een nieuwe single op mijn bureau wordt neergelegd: Nothing To Lose But Your Head. Langzaam leg ik ‘m in de speler en wacht nog even met op play drukken. Het is alles of niets, besef ik me ineens. Als dit liedje me ook niks doet, kan het weleens gauw over zijn met de liefde. Het is een vervelende gedachte die ik ook meteen van me af wil schudden. Het kan ook niet, hou ik me zelf voor. Hoe kan een band die mij al zo heeft weten te raken met haar vorige plaat en haar optredens me nu ineens zo hevig teleurstellen dat het over en sluiten is? Onmogelijk. Kan gewoon niet. Toch druk ik met een kleine aarzeling op play.
Het volgt elkaar dan snel op: een aanzwellend synthesizergeluid, een stevig gitaarriff, pompende drums en de rauwe stem van Billy:

Have you ever felt lonely
Like your hollow heart is hanging in the wind
Your black lungs can’t breath
You got nothing to lose but your head

BAM.

augustines_augustinesVolhouden
Op 3 februari 2014 verschijnt het nieuwe album: Augustines. Het kost me een paar luisterbeurten om ‘m op waarde te schatten. Misschien waren de verwachtingen te hoog. En hoge verwachtingen zijn altijd waardeloos, niet alleen in de muziek.
Peter Katis staat vermeld als producer. Die man ken ik. Die staat ook in de cd-boekjes van, komt die band weer, The National. Hij heeft mijn favoriet van ze gedaan: Boxer, uit 2007. Ik kan lezen en schrijven met dat album. Ik weet dat de foto op de cover, uiteraard mijn Facebookbanner, genomen is tijdens zijn bruiloftsfeest. (Eens ga ik daar punten mee scoren in een pubquiz.)
De eerste indruk van Augustines neigt vreemd genoeg naar overproductie. Katis heeft iets teveel schuifjes opengezet. Gitaarlagen over elkaar, synthesizers van elke kant, blazers erbij: er komt nogal wat op je af.

Maar ik hou vol.
Nog een keer draaien.
En nog een keer.

Raak.

Weary Eyes is een Bruce Springsteenesque pareltje met een eerste zin waar elke schrijver van korte verhalen naar zoekt: “Parked the car in front of your house/ still can’t get out/ weary eyes.” Wat is er gebeurd? Waarom vochtige ogen? Waarom vindt-ie het moeilijk om uit te stappen? Je kan niks anders dan blijven luisteren. “But you cleaned up nice/ And I hope it works out/ Is your daughter well?/ Weary Eyes”

This Ain’t Me is in al zijn eerlijkheid geweldig. “I can change, I can change, I can change, I can change, I can change…. This is ain’t me no, this is ain’t me no, this it ain’t me…”

Cruel City is nog steeds niet te doen.

Now You’re Free belichaamt het optimisme van de plaat. Je moet door. Er is hoop. “YOU GOTTA LET GO!”

Walkabout. Man, Walkabout. De opbouw is magistraal. Voorzichtig beginnen en halverwege hartverscheurend in de versnelling schieten. Blazers erbij. Koortje. En een smekende Billy:

So, come
So, come on home
Come on home
It’s over now
This walkabout
It’s been so long
It’s been so long
So, come home please

streamer22 april 2014 geef ik Billy weer een hand. Hij loopt het oude theater in Amsterdam-Noord binnen en stampt op de vloer. Klapt in zijn handen. Zingt een stukje. Zoals muzikanten doen als ze een gebouw binnenkomen waarvan meteen duidelijk is dat de akoestiek geweldig is.
Hij neemt zijn hoed af, alsof-ie een kerk inloopt.
“This is amazing,” zegt hij.
Billy herkent me nog, al kost het wel even wat moeite.
“It’s been a long time,” weet-ie.
“A lot of things have happened,” antwoord ik.
Billy knikt en zegt: “You tweeted us last night, right?” Hij noemt mijn voornaam, maar struikelt over de rest. “The small one,” vertaalt de Nederlandse promoter mijn achternaam met een lach op het gezicht en Billy denkt even dat ik de zoon van de lange presentator ben, the big one. Hij is een beetje teleurgesteld wanneer ik hem vertel dat-ie het mis heeft. “Too bad, I thought this was some kind of cool family thing.”
Maar misschien is het dat inmiddels ook wel.
We lopen door het theater.
Rob is zijn drumstel al aan het opbouwen. We gaan een sessie met ze opnemen, voor televisie.
Ik vertel Billy dat ik een boek over Amerika aan het lezen ben. Eentje van Geert Mak, maar die naam zegt hem vast niks dus dat hou ik voor me. Het boek heeft me geschokt met de armoedecijfers van het land.
“It’s sad,” beaamt hij. Het gaat niet goed met het land. Pijn doet het hem.
Als ik laat vallen dat we een paar maanden geleden Damien Jurado hier te gast hadden en dat ook hij soms niet weet wat hij met Amerika aan moet, veert Billy op. “I love that guy. You know, maybe we should play one of his songs. Eric and I are looking for something special to do. Maybe will do a Damien Jurado song.”
Even later zitten we in de zon voor het theater.
De soundcheck loopt wat uit, maar Billy is op z’n gemak. Heeft er zin in. Europa bevalt hem wel. Misschien zijn het de Ierse roots. Misschien is het de zon.
Hij vist naar informatie over kingsday, de dag voor hun optreden in de Melkweg. Ik vertel hem dat half Nederland dan in het oranje loopt. Sommigen met een klomp op hun hoofd of een bos wortels in het haar, dik ik wat aan. En Amsterdam, och man, Amsterdam is een gekkenhuis.
“You guys are awesome,” zegt-ie en hij heeft zin om zich in het feest te storten.
De sessie gaat voorspoedig. Dat wil zeggen, na drie nummers wordt de setlist in de prullenmand gegooid.
We hebben de band opgesteld vóór het podium, met al hun versterkers en keyboards, maar Billy moet erop. “This stage, man.”
Er volgen een paar akoestische nummers. Geluidstechnici trekken er snel wat microfoons bij. Eric kruipt achter de vleugel. Billy ronselt een fles wijn uit het keukentje.
Cruel City klinkt zelfs te gek.
Ik zit stilletjes aan de zijkant en geniet van elk moment. Het inspireert me en ontroert me. Mijn gedachten dwalen af. Ik sta weer alleen in de grote zaal van Paradiso, helemaal achterin, te kijken naar drie mannetjes uit New York waarvan eentje met een hoed op. Ik denk aan die wonderlijke avond in Club Ziggo. De ietwat ongemakkelijke maar niet minder oprechte omhelzing op het parkeerterrein. De rode plectrum die ik al een tijdje kwijt ben. De nieuwe plaat. Het warme weerzien.
Fuck ja, a lot of things have happened in de laatste jaren.
Wat voor onze camera’s vandaag gebeurt is speciaal. Dat beseffen we allemaal. Magie, wederom. Geef deze mannen een podium en het komt goed. Meer dan goed.
Wat een band.
Augustines, dames en heren.
Don’t forget us when you’re big.


Augustines speelt 27 april in de Melkweg, Amsterdam. Er zijn nog kaarten, maar je kunt ook meedoen aan onze prijsvraag. 5 mei is de band ook te aanschouwen op het Bevrijdingsfestival in Groningen. De 2 Meter-sessie met Augustines gaat op 4 mei in première op het open kanaal van FOX.

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op