Misschien wel het mooiste liedje van… 2014

Nooit meer in een eeuwigheid

Aan het minuscule eettafeltje, in het minuscule keukentje, prikte ik wezenloos tussen de lauwe rode bieten. Het was voorbij. Alweer. Het was voorbij en dat zag ik de avond ervoor, toen zij veel te lang danste met die jongen die naar een optreden van The Pogues was geweest. Dat wist ik want hij hield een concertposter in zijn hand. Sindsdien spraken we geen woord. Wat volgde was een laatste avondmaal.

“I see we’re similar
But I’ve never thought much about it”

Het waren 18 mooie maanden. Of misschien 17 dan, maar toch minstens 16. Dacht ik. Een paar weken later ontving ik een lange brief van haar, waarin al dat moois met verbetenheid werd gereduceerd tot een kwartaal. Het kwam niet meer goed. Never in a month of sundays. Maar wat ik erger vond; over die jongen met die poster geen enkel woord.

“I-I see we’re similar
But I can’t take it all from you
Unless you want me to”


(Month of Sundays is het wonderschone antwoord van Joseph Mount op een al dan niet bestaand liedje dat een ex-vriendin over hem schreef. “Someone once suggested that a song had been written about me by a disgruntled ex-girlfriend. I’m not sure if it’s true. But, if it is, this is my response to her and it.”)