Reetveerdegem; I guess I’d like to think it was bad timing
"Dat zoenen, dat moest dan morgen maar"

Gobsmag columnist Jasper de Kinkelder knoopt graag mooie liedjes aan mooie zinnen.



Die vervelende dronkenschap, twee avonden achter elkaar, terwijl ik kans maakte op een kans bij het mooiste meisje van het feest. Maar geen paniek, er resteerde immers nog een nacht, want het was een driedaags bal.

‘God schiep de dag en wij feesten er ons vrolijk doorheen’.

Het motto van de Strobbes (uit ‘De Helaasheid der Dingen’) was zeker van toepassing tijdens de kermis in het kleine stadje in de Achterhoek. Reetveerdegem was nooit ver weg. Mijn vrienden en ik dronken ons een ongeluk, want dat deed je nu eenmaal in een sober aangeklede feesttent, waar een coverband routinematig Narcotic inzette.

Ik stond dus maar wat te drinken en te hangen en ik dacht en keek en dacht wat om mij heen. Totdat mijn vage blik werd beantwoord met een ‘wayward stare’ van het mooiste meisje uit het dorp verderop. Ze schreed door de halfvolle feesttent in mijn richting. En ik probeerde losjes te lijken. En zeker niet te dik.

https://www.youtube.com/watch?v=7z4SrZAiBjA

Die avond en de avond daarop kletsten wij de sterren aan de hemel. We lachten om dezelfde grapjes en niets, niets stond iets amoureus in de weg. Ik nam alleen iets te gretig de biertjes aan die door mijn vrienden werden gebracht. En aan het eind van het lied, meestal Hey Jude, stond ik wankel op mijn benen. Dat zoenen, dat moest dan morgen maar.

Maar er kwam geen morgen. Want op de derde avond was ze er niet. Misschien had ze dat ook wel verteld. Misschien ook niet. Maar de kans was verkeken. Voorgoed. Ik hoop dat je het leuk vond.

Oh, vermaledijde dronkenschap… Waarom juist toen? Maar ik geloof niet in het lot, dus zal het wel toeval zijn geweest. Net zoals toen die keer…

Dat we dat huis kochten, net nadat ik mijn baan had verloren.
Dat ik mijn vriendin voor het eerst zoende.
Dat ik mijn vriendin, vier jaar later, voor de tweede keer zoende.
Dat ik mijn been brak, terwijl festivalkaartjes in mijn broekzak brandden.
Dat wij dat verbodsbord negeerden en die gendarme over het hoofd zagen.
Dat ik opkwam voor twee meisjes en ik getrakteerd werd op een kopstoot.
Dat Clen besloot het laatste uur vrij te zijn.

Het troost mij om te denken dat het misschien allemaal slechts ‘bad timing’ was.

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op