Stefans 25: De plaat waarmee Elbow nog altijd kan thuiskomen
 

Afgestudeerd neerlandicus Stefan Meeuws schrijft voor Gobsmag over z'n 25 meest beluisterde albums. Deze week nummer 2: Leaders Of The Free World (2005) van Elbow.



Tussen bittere kroegromantiek, een kop thee en een luisterend oor

elbowleadersHet voelt als thuiskomen, zeggen ze wel eens. Een warm bad, of familie met tea and sympathy. Of Elbows Leaders of the Free World. Die plaat voelt voor mij ook zo. Misschien is het wel de beste plaat van Elbow. Het is in ieder geval de eerste plaat van Elbow die ik meteen snapte. De kennismaking met Elbow was al met liedje Red gekomen, maar ik deed hun muziek tot aan dit album vooral af als onnodig gecompliceerd en donker. Ik geef de schuld graag aan mijn provinciale jeugdigheid. Het is goed gekomen.

Dat gevoel van thuiskomen komt niet uit het niets. Ook voor de band zelf is het thuiskomen. Al op de openingstrack, die ik graag luister als ik van het station naar mijn huis loop: daarvoor is Station Approach immers ook bedoeld.

I haven’t been myself of late, I haven’t slept for several days but
Coming home I feel like I designed these buildings I walk by

Nog sprekender is het mantra wat gedurende de tweede helft van het nummer door Garvey en co wordt gezongen:

I never know what I want but I know when I’m low that
I need to be in the town where they know what I’m like and don’t mind

Het doet me een beetje denken aan Where Everybody Knows Your Name qua sentiment. Dat thuiskomen: dat zit in heel de plaat verweven, ondanks het verdriet dat ook in veel nummers zit.

Het zijn nummers als Stations Approach die Leaders of the Free World zijn glans geven: de nummers waarop Elbow er echt voorgaat en een simpel gitaarloopje uitbouwt naar een volwaardig, fantastisch nummer. Alleen het rare maar heerlijke Picky Bugger tikt de vier minuten niet aan en vijf nummers halen zelfs de vijf minuten. Titelsong Leaders Of The Free World duurt ruim 6 minuten. En toch duurt geen enkel nummer echt lang als je het luistert.

Single Forget Myself is daar een prachtig voorbeeld van. Het met zware bas uitgeruste nummer duurt bijna vijfenhalve minuut maar voelt compact en zou zo opnieuw mogen beginnen als je het einde nadert – iets wat de heren tijdens een legendarisch optreden in de Melkweg in 2006 ook gewoon deden. Guy Garvey dook het publiek in om al daar te dansen en andere mensen mee te laten zingen. Een bezorgde beveiliging keek toe wat er met het snoer van de microfoon gebeurde. Einde van de set. Tijd voor een even ademhalen (en dan natuurlijk de encore).

Op de plaat volgt na Forget Myself ook een rustmoment. Na het agressieve, met vuisten gezongen nummer is het tijd voor The Stops, het eerste echt melancholische nummer op deze plaat – de tweede helft staat er vol mee.

De vreemde eend in de bijt op deze plaat is de titeltrack, een warempel politiek nummer op een verder uiterst persoonlijke plaat. De leiders van onze vrije wereld worden omschreven als kleine jongens die met stenen gooien en die je kan negeren totdat ze jou als doelwit kiezen. Er zit niet malse kritiek op de beide Presidenten Bush (“Passing the gun from father to feckless son / we’re climbing a landslide where only the good die young”) in het nummer, maar ook op onze eigen vaak passieve houding (“I’m so easy to please / but I think we dropped the baton like the 60s didn’t happen”).

Daarna komen we voor Elbow op bekend terrein: in de kroeg, denkend over relaties die nooit zullen plaatsvinden: An Imagined Affair. Na Mexican Standoff – een kort nummer met agressie (want boosheid is ook onderdeel van de break-up) volgt het uiterst romantische The Everthere. Lief tokkelend op een gitaar, wordt op gevoelige wijze gezongen over het thuiskomen bij iemand die er altijd is:

If I lose a sequin here and there
More salt than pepper in my hair
Can I rely on you
When all the songs are through
To be for me the everthere?

Het antwoord lijken we te horen in My Very Best, het nummer dat volgt. Ik wens haar het beste, hoewel het beste voor haar niet genoeg was. Rijkgearrangeerd, met blazers, strijkers, alsof het moet afleiden van de zware tekst: “And would you tell her not to talk as if I died / though a tiny part just did.” Prachtig ook het couplet over the room we used to love, waarin de ruimtelijke metaforen volledig uit de hand lopen, van room naar forest fires, naar moon. De tegenstrijdige emoties en waardebepalingen, in combinatie met de prachtige instrumentatie maken het nummer tot een van de beste op de plaat.

Alleen is Great Expectations nog nét iets mooier. Prachtige piano en gitaar in de coupletten, terwijl Guy Garvey terugdenkt aan dat mooie meisje dat hij altijd in de laatste bus naar – inderdaad – huis zag. In het nummer fantaseert hij een compleet huwelijk in die bus bij elkaar. De andere passagiers zijn de getuigen en het koor. Het lijkt toch vooral een nummer dat terugverwijst naar een tijd waarin hij spitfire thin and strung like violin was en vol great expectations. Er stonden grootste dingen te gebeuren met zijn leven en dat mooie meisje. Het mocht niet zo zijn, maar mocht ze hem zoeken: dit is waar hij op haar wacht.

You were the sun in my Sunday morning telling me never to go
So I’ll live on the smile and move down the aisle of the last bus home
And if you’re running late, this is where I’ll go
Know I’ll always wait

De cd eindigt met dat andere thuiskomen. Niet zo zeer de fysieke plaats ‘thuis’ als de plek waar je je thuis voelt. Bij vrienden, familie, iemand die naar je luistert op het moment dat je wereld in elkaar stort?

Where was air sea rescue?
The cavalry with tea and sympathy
You were there – puncture repair

Puncture Repair is een simpel versje bijna, begeleid door niet meer dan een man op een piano. Maar mannen onder elkaar hoeven elkaar ook niet altijd alles te zeggen om elkaar toch te snappen.

Opgenomen in de thuisbasis van de heren in Manchester, houdt de plaat het midden van bittere kroegromantiek tot een kop thee en een luisterend oor. De plaat lijkt te zijn ontstaan in treurigheid, maar is een feest om naar te luisteren dankzij de geweldige meezingbare refreinen en de goede productie. Negen jaar later klinkt de plaat nog steeds fantastisch. En is het de standaard waaraan ik ieder nieuw liedje van Elbow – of ik nu wil of niet – zal blijven meten. Hier is Elbow precies in balans. Hier klopt alles. Dit is thuis.


Luister naar Leaders Of The Free World:


Afgestudeerd neerlandicus Stefan Meeuws is gespecialiseerd in het schrijven van teksten en concepten. Z’n laatste project is het onder de loep nemen van de 25 meest geluisterde albums volgens z’n LastFM-account.

Eerder in deze serie:
#25: Tom McRae – Tom McRae (2000)
#24: Kate Walsh – Light & Dark (2009)
#23: Ane Brun – Spending Time With Morgan (2000)
#22: Coldplay – A Rush Of Blood To The Head (2002)
#21: Lisa Hannigan – Sea Saw (2008)
#20: I Am Kloot – Natural History (2005)
#19: Richard Swift – Walking Without Effort (2005)
#18. Turin Brakes – We Were Here (2013)
#17. Nick Drake – Pink Moon (1972)
#16. Richard Swift – Dressed Up For The Letdown (2006)
#15. Ewert And The Two Dragons – Good Man Down (2011)
#14. I Am Kloot – I Am Kloot (2003)
#13. Thomas Dybdahl – What’s Left Is Forever (2013)
#12. Ray LaMontagne- Trouble (2004)
#11. Tom McRae – Just Like Blood (2003)
#10. Ray LaMontagne – Till The Sun Turns Black (2006)
#09. The Whitest Boy Alive – Dreams (2006)
#08. Turin Brakes – Ether Song (2003)
#07. Elbow – Asleep In The Dark (2001)
#06. Travis – The Boy With No Name (2007).
#05. Ane Brun – Changing OF The Seasons (2008)
#04. Kings of Convenience – Quiet Is The New Loud (2001)
#03. Fionn Regan – The End Of History (2006)

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op