Stefans 25: de prachtige problemen van Ray LaMontagne
"Still don’t know what love means."

Afgestudeerd neerlandicus Stefan Meeuws schrijft voor Gobsmag over z'n 25 meest beluisterde albums. Deze week nummer 12: Trouble (2004) van Ray LaMontagne.



Geen uitdagingen maar problemen

troubleEind 2002 meldde ik me aan op het inmiddels verdwenen Turin Brakes forum om mijn Engels te verbeteren en omdat ik fora leuk vond. Op het forum werd een hoop geleuterd en de meeste gesprekken gingen over muziek. Dankzij dat forum ontdekte ik onder andere Tom McRae, Damien Rice… En op een dag werd Trouble getipt, ergens in de zomer van 2004. De debuutplaat van Ray LaMontagne was volgens de plaatser van het bericht één van de mooiste platen die ze dit jaar had gehoord. Nu was er dat jaar geen album van Turin Brakes verschenen, maar toch was mijn interesse gewekt. Het leek me wel wat, die plaat.

Of ik het album heb gekregen of heb gekocht, durf ik eigenlijk niet te zeggen. Er staat me iets van bij dat ik hem bij Kroese in Nijmegen heb gehaald. De reden dat ik me het niet kan herinneren, is dat Trouble me in eerste instantie weinig deed. De fantastische stem kwam wel binnen, maar verder viel het kwartje nog niet. Dat viel later, maar nog ruim voor de release van de tweede plaat Till The Sun Turns Black, die ook nog in de top 25 langs zal komen. Want daar wachtte ik vol spanning op.

Ray LaMontagne is in Nederland met name bekend vanwege zijn radiohitje You Are The Best Thing (vol blazers en achtergrondzangeressen), en anders wel zijn prachtige cover van Gnarls Barkleys Crazy, maar reken er niet op dat Trouble in hetzelfde straatje thuishoort. Dit is een rustige plaat. Alleen in de openingstrack en tevens titeltrack spreidt Ray LaMontagne zijn legendarische uithalen ten toon:

Het is indrukwekkend, het is zwaar en het is echt. “Trouble’s been dogging my soul since the day I was born.” Hij zingt het, maar het is geen woede, het is gewoon acceptatie: problemen horen er nu eenmaal bij en soms word je gered (by a woman wellicht). Trouble is geen album vol verslagenheid, maar wel meewarigheid, misschien.

De openingstrack is zo sterk, dat de rest gewoon in eerste instantie geen indruk maakte. Het trage Shelter heeft de ondankbare taak het nummer na Trouble te zijn. Lelijk is anders, maar het nummer is wel meteen héél anders, met rokerige drums en zang, om in het refrein ineens extreem romantische strijkers erin te mixen:

Listen, when
All of this around us will fall over
I tell you what we’re gonna do
You will shelter me my love
And I, I will shelter you

Hold You In My Arms is in eerste instantie makkelijker te verteren en minder intens, maar ook dit nummer krijgt na een tijdje prachtige strijkers. Voor je het weet zijn er dik vijf minuten voorbij. Dit debuut is het resultaat van nauwe samenwerking tussen producer Ethan Johns en Ray LaMontagne. Op Hold You In My Arms krijgt Johns zelfs een co-writing credit. Ethan Johns koos voor die rijke productie met strijkers, drums die natrillen en waar nodig zelfs gastvocalen. Die rijke productie is wel helemaal aangepast aan de stem van Ray LaMontagne: hoe mooi de productie ook is, mooier dan die rokerige stem wordt het eigenlijk niet. Dat geldt des te meer op Narrow Escape en het contrasterende Burn. Dat is het enige nummer waarop Johns niet meespeelt.

Het zijn de afsluitende vier nummers die me tien jaar na het verschijnen van de plaat het meest boeien – en die ook het meest diverse beeld schetsen van de artiest LaMontagne. Hannah is een pareltje van een verhaal, zoals LaMontagne die nog vaak zou schrijven, met mooie gastvocalen van Sara Watkins.

How Come bevat daarentegen maatschappijkritiek – op de subtiele wijze die LaMontagne typeert. Ik snap nog steeds niet helemaal hoe het nummer in de film The Devil Wears Prada is terechtgekomen, maar het zit er in hoor…

Prachtig is de bijna-afsluiter: Jolene. De weariness druipt er van af. Van een zanger die old before his time is. Alsof het liedje van halverwege vorige eeuw stamt en niet uit 2004.

Jolene, I ain’t about to go straight, it’s too late
I found myself face down in a ditch
Booze in my hair, blood on my lips
A picture of you holding a picture of me
In the pocket of my blue jeans
Still don’t know what love means

Het een na kortste nummer sluit de plaat af. All The Wild Horses is een mooi, niet langer dan nodig afscheid van wat vermoedelijk geen wild paard maar een vrijgevochten vrouw is…

All the wild horses
Tethered with tears in their eyes
May no man’s touch ever tame
May no man’s reins ever chain you
And may no man’s weight ever lay freight your soul

Kippenvel.

Mensen zeggen wel eens dat je problemen als uitdagingen moet zien. In de verhalen die Ray LaMontagne vertelt, zit meer dan genoeg Trouble. Je moet er toch niet aan denken dat al die problemen in positieve uitdagingen waren uitgelegd. Nee, het betreft hier eerlijke vertellingen waarmee de singer/songwriter compenseert voor het feit dat niet ieder nummer muzikaal even hard binnenkomt als de opener. Het is geen perfect debuut, maar het is heel goed.

Toen ik LaMontagne in 2011 zag optreden in Utrecht duurde het tot het einde van zijn concert voordat ik eraan werd herinnerd waarom ik ook alweer naar het concert was gekomen. Inderdaad: toen speelde hij eindelijk dat oude nummer: Trouble in de encore. En ja, dat is een steengoed nummer. Maar de kalmere kant van de cd is ook heel mooi.


Afgestudeerd neerlandicus Stefan Meeuws is gespecialiseerd in het schrijven van teksten en concepten. Z’n laatste project is het onder de loep nemen van de 25 meest geluisterde albums volgens z’n LastFM-account.

Eerder in deze serie:
#25: Tom McRae – Tom McRae (2000)
#24: Kate Walsh – Light & Dark (2009)
#23: Ane Brun – Spending Time With Morgan (2000)
#22: Coldplay – A Rush Of Blood To The Head (2002)
#21: Lisa Hannigan – Sea Saw (2008)
#20: I Am Kloot – Natural History (2005)
#19: Richard Swift – Walking Without Effort (2005)
#18. Turin Brakes – We Were Here (2013)
#17. Nick Drake – Pink Moon (1972)
#16. Richard Swift – Dressed Up For The Letdown (2006)
#15. Ewert And The Two Dragons – Good Man Down (2011)
#14. I Am Kloot – I Am Kloot (2003)
#13. Thomas Dybdahl – What’s Left Is Forever (2013)

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op