Stefans 25: Thomas Dybdahl en wat overblijft is voor altijd
"I thought someone like you is never ever ever gonna reach me"

Afgestudeerd neerlandicus Stefan Meeuws schrijft voor Gobsmag over z'n 25 meest beluisterde albums. Deze week nummer 13: What's Left Is Forever (2013) van Thomas Dybdahl.



Laag voor laag

370696.300Mannen met hoge stemmen, je moet er van houden. Thomas Dybdahl is in veel opzichten de perfecte artiest in de rustige kant van mijn muzieksmaak. Hij zingt mooie melodieën, gebruikt mooie arrangementen, maar schuwt de stilte en soberheid niet op het juiste moment. En het allerbeste: de liedjes die hij maakt en zingt zijn heel erg mooi.

En toch is niet iedereen van wie ik het verwacht enthousiast over Dybdahl. Meerdere mensen met een vergelijkbare muzieksmaak kunnen het werk van de beste man niet uitstaan. En juist de mensen van wie ik het minder had verwacht, die lopen warm voor de pareltjes. Ik heb het nog niet grondig onderzocht, maar de dealbreaker is denk ik toch de hese fluisterstem. En anders de soms wat decadente productie – met name sinds album Science (2006).

Daar maakt What’s Left Is Forever zich ook schuldig aan. Na het wat ontoegankelijke Waiting For That One Clear Moment is What’s Left Is Forever een relatief makkelijke bandplaat, waarvan veel liedjes live zijn ingespeeld.

Maar dan wel met behulp van een Fulltone tube tape echo machine die op heel veel nummers te horen is. Het begint nog redelijk straight-forward, met een fijn luisterliedje, getiteld This Love Is Here To Stay:

Het tweede liedje, Easy Tiger, is al van meer effecten voorzien, maar nog wel ondersteunend aan het nummer.

Vanaf Running on Fumes beginnen de effecten echt te overheersen. Of zoals Dybdahl over dat nummer zegt in een interview met The Line Of The Best: “I was just really experimenting with all kinds of sounds and ways to process sounds, as well as ways of preparing the piano and using it in a rhythmical way.”
Vergelijkbare effecten horen we in Soulsister, een nummer waarin het ritme centraal staat. Wie de productie niet te dominant vindt, kan verderop de plaat genieten van een Interlude.

Tussendoor Running on Fumes en Soulsister komt eerst Shine, een van de mooiste – en oudste – liedjes op de plaat:

Will you still, feel that same
Flash of warmth when I say your name?
Please shine away, it keeps the dark at bay

Het nummer heeft evergreen-achtige kwaliteiten en bouwt op van een rustig begin naar een climax waarin de band vol op de instrument ramt. En dat terwijl Dybdahl er tot en met Science prat op ging dat hij voor implosies zorgde in zijn muziek, in plaats van explosies. Ook in single Man on a Wire wordt de popmuziek ten volle omarmt: een paar akkoorden en een relatief catchy hook…

Een terugkerend thema op de plaat is verlangen naar iets anders, los van de vraag of je het ooit krijgt. We horen het onder andere in City Lights en So Long.

The Sculptor is een logisch vervolg erop, een poppy nummer waarin de hoofdpersoon dat verlangen heeft losgelaten en zichzelf heeft afgesloten voor affectie van buitenaf. Totdat… Het is een van de leukste liedjes op de cd, met de fijne koortjes en – toch weer – die echo’s:

On the day that I met you
Brick by brick started flying off these fortress walls of mine
On the day that I kissed you
Piece by piece started crumbling from this concrete suit of mine
I thought someone like you is never ever ever gonna reach me
Is never ever ever gonna reach me…

Na het prachtige en rijk geïllustreerde But We Did sluit de plaat op een episch hoogtepunt af. Een plaat met een poëtische titel als What’s Left Is Forever kan niet anders dan afsluiten op poëtische toon. En dus wordt hier niet alleen tekstueel een wereld geschapen, maar ook qua muzikaal gezien. This Next Wave Is A Big One begint met de big budget strijkers, om na een halve minuut ineens weer klein te worden. Het lijkt een lang nummer, maar het is maar twaalf seconden meer dan But We Did. Het is een van de weinige plekken waar productie, instrumenten en zang perfect op elkaar aansluiten. Het nummer gaat over dat gevoel dat je aan de rand van een afgrond staat en je ineens denkt ‘Wat als ik nu zou springen?’ Dybdahl had een vergelijkbaar gevoel toen hij voor het eerst de Stille Oceaan zag, zegt hij.
Of je dat nu in de tekst hoort en leest, of niet… Dat maakt voor het nummer niet zo veel uit. Waar in het begin de strijkers als golven aanspoelen, komt er tijdens het nummer nog zo’n wave aan van muziek die langzaam alles opslokt en alles overheerst. Daarna valt er een stilte. Waarna alles weg is en er toch geen leegte heerst. What’s Left is Forever, denk je dan misschien…

Op de deluxeversie (ook op Spotify) staan nog drie nummers. The Great Plains is een nummer waarin Dybdahls hese stem ten volle wordt benut, zullen we maar zeggen, en wel vanaf de eerste woorden Hiiiiiiigh as a kite. Qua productie is het wat minder extreem dan de rest. Fijner vind ik Love’s Enough: wat gladjes misschien, maar met een mooie tekst en met muziek die helemaal bij de rest van de plaat past.

We’ve been through harder than this before
We’ve all got wounds and scars we’ll never show
So go ahead and cry, but don’t you dare give up
I’m not gonna lie and say that love’s enough

Het is moeilijk om de versie van Shine met het Stavanger-koor, het slotnummer op de plaat, nog echt mee te tellen, maar het is in ieder geval een versie met een interessant arrangement. Je gaat de versie pas echt waarderen als je de echte Shine goed kent. Pas na anderhalve minuut begint Dybdahl te spelen. Het is het koor wat de rijkheid van de rest van de plaat met volle overtuiging nabootst.

Het manco van What’s Left Is Forever is dat het een koptelefoonplaat wil zijn voor mensen die nooit muziek met een koptelefoon luisteren. De plaat verdrinkt soms in de details, terwijl het ook toegankelijk probeert te zijn. Toegegeven, de psychedelische trekjes zijn hier beter in balans dan op de vorige plaat van Dybdahl, maar wie de introspectie zoekt van One Day You’ll Dance For Me, New York City (2012) zal hier niet slagen.

En toch, als je de tijd neemt – en de plaat keer op keer als geheel luistert – dan klopt het op een gegeven moment allemaal. In die zin is de plaat een beetje als de hoofdpersoon in het nummer The Sculptor: laag voor laag opgebouwd, tot je ineens doordringt tot de kern. En dan vind je toch weer heel veel moois… Ik weet niet of dat de bedoeling was van Thomas Dybdahl. Maar dan is hij daar in ieder geval in geslaagd.


Luister naar de Deluxe editie van What’s Left Is Forever in Spotiy:


Afgestudeerd neerlandicus Stefan Meeuws is gespecialiseerd in het schrijven van teksten en concepten. Z’n laatste project is het onder de loep nemen van de 25 meest geluisterde albums volgens z’n LastFM-account.

Eerder in deze serie:
#25: Tom McRae – Tom McRae (2000)
#24: Kate Walsh – Light & Dark (2009)
#23: Ane Brun – Spending Time With Morgan (2000)
#22: Coldplay – A Rush Of Blood To The Head (2002)
#21: Lisa Hannigan – Sea Saw (2008)
#20: I Am Kloot – Natural History (2005)
#19: Richard Swift – Walking Without Effort (2005)
#18. Turin Brakes – We Were Here (2013)
#17. Nick Drake – Pink Moon (1972)
#16. Richard Swift – Dressed Up For The Letdown (2006)
#15. Ewert And The Two Dragons – Good Man Down (2011)
#14. I Am Kloot – I Am Kloot (2003)

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op