Enschede; You hope the ink will never dry
 


“Dus ik hoopte maar dat het daar stond voor de liefde.”

Joghum had een tatoeage laten zetten. Tussen zijn schouderbladen. Met enige gene trok hij zijn shirt over zijn hoofd om het te tonen aan zijn zaalvoetbalteam. Beducht voor commentaar, klaar voor beschimping, want een tatoeage plaatste je niet. Niet in het provinciale Enschede, niet als gezonde Groningse jongen, niet in die tijd.

• Door Gobsmag columnist Jasper de Kinkelder / @jdekinkelder

De ijzersterke laatste man, van het type groot en lomp, maakte zich daadwerkelijk, maar onnodig een beetje zorgen. De kleedkamer was onder de indruk. De tatoeage zag er zo uit:
love-point

Ik geloof niet dat Joghum wist dat Hervé Bazin in een essay uit 1966 pleitte voor universeel gebruik van deze interpunctie. Hij bedacht het als symbool voor ‘de liefde’. Ik wist dat toen ook niet. Maar ik herkende het symbool wel, want het stond op de achterkant van een singletje dat in 1995 de weg naar mijn platenkast had gevonden.

Diane van Therapy? was een enigszins verrassende ballad, zo na het ontluikende succes van drie-akkoorden-album Troublegum. En was het origineel van Hüsker Dü al benauwend en luguber, vooral de videoclip van Therapy? deed daar nog een schepje bovenop met een navelvingerende Andy Cairns. Het liep niet goed af met Diane en dat was waargebeurd.

Ik heb Joghum niet gevraagd waarom hij juist dat symbool tussen zijn schouderbladen had laten plaatsen. Er moest tenslotte ook nog gevoetbald worden. En echt spraakzaam was de nuchtere noordeling toch al niet. Dus ik hoopte maar dat het daar stond voor de liefde. Voor een struise Groningse, die op hem zat te wachten, bij zijn ouders op de bank, aan de Prinsesseweg in Appingedam. Elke vrijdagavond. De avond dat Joghum Enschede verliet en weer thuis kwam.

We werden kampioen dat jaar. Ik zag zijn tatoeage elke woensdagavond en elke kans op opheldering liet ik onbenut. Zelfs als we later of diep in de nacht in een verlaten café zaten, ver weg van the places to be in Enschede. Dan was het romantische van zijn tatoeage ook nauwelijks meer voor te stellen. Stoïcijns staarde de zwijgende Joghum naar zijn bier, af en toe glimlachend om onze grappen en wellicht denkend aan het meisje in Appingedam waarvoor hij zijn imposante lichaam gegraveerd had.

En ik dacht ook aan haar. Dat het een zwaar jaar voor haar was geweest, met de verleidingen in Appingedam (Lammert!) en haar bedaarde zekerheid helemaal in Enschede. En dat ze toch af en toe twijfelde of ze het wel gingen redden. Ze was ook een beetje boos geweest, op die overdreven uiting van liefde tussen zijn schouderbladen. Eigenlijk deed je zoiets niet, niet in ‘Apnkedaam’, niet in die tijd. Maar meer nog vond ze het een uiting van misplaatst zelfvertrouwen. Want hoe kon iemand zo zeker zijn van de liefde?

Zo keek ze elke vrijdagnacht in bed naar de rug van Joghum. Ze hield van hem. Maar ze hoopte stilletjes dat de inkt nooit zou drogen.

Like Gobsmag op Facebook:

Geplaatst door in de categorie op