Gobsmag Posts

Ha, Nathan Oliver. Wat fijn dat je weer terug bent. Met je band. We hebben acht jaar niets of weinig van je gehoord. Je zegt it’s a clever way to cater to short attention spans. Dat kan wel zijn, maar als je nummers als Sing Blue Silver kunt schrijven riekt dat naar valse bescheidenheid. Maar hé, we zijn er blij mee. Het is tof. Nee, het is geweldig. Het is héél alt rock en ook een beetje jaren ’80. Het heeft alles wat we willen horen.

Dat de titel drie woorden bevat die ook terugkomen in het liedje The Chauffeur van Duran Duran, vinden we geen enkel probleem. We geloven het als je zegt dat je dat niet wist. En je grapje om die toevalligheid vinden we geslaagd. ‘To me, ‘blue silver’ sparks images of knights in armor and old school masculinity, and the song is about stripping that away–being honest, exposed, and vulnerable. Is that what Simon Le Bon was on about?’

Ze (muziekbloggertjes) noemen Sonic Youth, The Shins, R.E.M., The Cure, The Pursuit of Happiness en Stephen Malkmus. Prima. Wij hebben er zelfs nog een paar aan toegevoegd. Zie het als compliment, Nathan. Je kunt beter klinken als geweldige bands dan klinken als matige bands. Je kunt beter klinken als iets goeds uit het verleden dan klinken als iets armoedigs uit het heden. Want dat vinden we juist zo lekker aan Sing Blue Silver; het klinkt alsof je erbij was (waar we ook aan terugdenken).

Dat was het, Nathan. En nu luisteren we fijn nog een keer.


Nieuwe muziek

Nieuws waar wij blij van werden: na vier jaar radiostilte is de Deense band Dangers of the Sea terug. Eerste single van de in oktober verschijnende “altijd lastige tweede” is het mooie You & I.

We draaien ‘m nog weleens, dat debuut van Dangers Of The Sea uit 2013. Een prachtige folkplaat in het straatje van Neil Young, Midlake en Fleet Foxes. Prachtliedjes als Everything Will Be Alright en When The Curtain Falls mogen nog best eens onder de aandacht gebracht worden.

Dangers of the Sea dus. Waar het debuut eigenlijk een plaat was van Andreas Bay Estrup met een selectie muzikanten (oa uit Saybia), is de aankomende meer een “bandplaat”: samen schrijven, samen opnemen. Zo ontstond You & I in het hoofd van Estrup, maar werd-ie samen met de band ingekopt:

Originally, the song was quite dreamy and slow, but in our rehearsal room we found a more outgoing and almost triumphant sound, which I think provides an exciting contrast to the text universe.


Nieuwe muziek

Al na een paar seconden van liedje The Heart viel de naam van U2 op de redactievloer. De plaat The Unforgettable Fire, uit 1984, er snel achteraan. Komt natuurlijk door het gitaargeluid, dat voorzichtige, sfeervolle geschraap. Erg? Nee, het Londense Stereo Honey komt er wat ons betreft heel erg lekker mee weg.

Maar wacht, we horen nog meer (alsof het pubquiz is). The Temper Trap uiteraard, die ook niet vies zijn van U2 en qua hoog stemgeluid met Stereo Honey in één bed ligt. Meer 80’s referentiemateriaal in sound en stemgeluid: The Communards.

The Heart is het tweede liedje dat Stereo Honey online heeft gegooid. Het begon met Where The Streets No One Knows Your Name. Mag er ook zijn, met z’n shoegazerige gitaarsolo. Twee woorden: veelbelovende start.


Nieuwe muziek

Alex Ebert kennen we vooral als de frontman van Edward Sharpe and The Magnetic Zeros, die vorig jaar met PersonA een prima plaat uitbrachten. Solo doet-ie ook al een tijdje leuke dingen, met albums in 2013 en 2016. ‘Broken Record’ is een gloednieuw liedje van een ongetwijfeld eens verschijnende langspeler.

Het liedje is een soort van uitbarsting, vertelt Ebert, die we ook wel kennen als een moderne hippie:

Once in a while enough heartache piles up and you get that tender electric. And that wide open space is that terribly alive shit. Terribly alive. And that’s that ocean I love best. That’s that adventure. That’s that void-blown, step-blind trust. This song ‘Broken Record’ is the first of a whole thing. Not an album. An adventure. I’m leaning out. I can’t speak for other people right now. Just myself.

Beetje artistiek gelul in de ruimte, maar hey, dat mag bij een goed liedje. Zo zijn wij dan ook wel weer.


Nieuwe muziek

Bijna drie jaar geleden waren we lyrisch over Justin Townes Earle. Dat zijn we nog steeds, we draaien zijn platen namelijk nog met enige regelmaat hier op de redactie. Liedje Time Shows Fools scoorde destijds een 8.3 en we noemden hem het 32-jarige peetkind van Townes van Zandt en de zoon van Steve Earle.

32 jaar is hij niet meer. De zoon van Steve Earle en het peetkind van Townes van Zandt natuurlijk nog steeds wel. En dan ligt de wereld aan je voeten. Maar niet alleen vanwege zijn naam. Justin Townes Earle maakt namelijk zelf ook prachtige Americana/roots-liedjes. Op Kids in the Street verzamelde hij er 12. En voor Maybe a Moment schoot hij zelfs een video.


Nieuwe muziek

Je weet het. Een beetje emo op zijn tijd, daar zijn wij bij Gobsmag niet vies van. Niet dat Smidley emo maakt, maar via dat draadje kwamen we wel zijn debuutalbum tegen. Want Smidley is Conor Murphy en dat is de frontman van Foxing (en hier hoor je een liedje van die band). De gelijknamige eersteling van Conor is een knappe verzameling bubble-grunge, jangly power-pop en breezy balladry (zegt Pitchfork). Daar zijn mij het roerend mee eens. En Dead Retrievers vinden we wellicht het mooist tussen al het moois.

Conor blijft natuurlijk ook gewoon Conor. Dus Smidley is dan wel wat zonniger en toegankelijker dan Foxing, maar ook in Dead Retrievers horen we een verdrietige ondertoon. Het gaat over twee vrienden; één met een gekrenkte trots (Coleen) en een ander die het leven liet (Dan Dorsey). En dat maakt het refrein ‘Dead retrievers are all golden’ fraaier dan alleen een beetje vreemd.

Wat zeg je? Jaarlijstmateriaal? Ja, waarom ook niet. Luister maar eens naar het album op Bandcamp of Spotify. Het is goed. Maar nu eerst Dead Retrievers. Zo fijn.


Nieuwe muziek

Bij Gobsmag houden we van whiskey. Niet alleen van het drankje zelf, we vinden het ook leuk wanneer artiesten ervan houden. Immers, dat komt 9 van de 10 keer de stem ten goede. Daarom zijn we ook zo’n fan van gasten als Chris Stapleton en Christopher Paul Stelling. Daar voegen we nu graag Tyler Childers aan toe. Liedje Nose on the Grindstone past toch precies in deze traditie?

Spotify toont slechts één plaat, Bottles & Bibles uit 2011. Daarna niets. Gelukkig vonden we op Youtube al snel twee nieuwe liedjes, opgenomen voor OurVinyl Sessions. En er is een plaat op komst. Op 4 augustus verschijnt Purgatory op Thirty Tigers. We gaan ervanuit dat de twee nieuwe liedjes daarop komen te staan. Gelukkig maar, want Nose on the Grindstone en White House Road smaken naar meer.

En met de kwaliteit van het album zal het wel goedkomen. Waarom? Omdat o.a. Sturgill Simpson en David Ferguson (sound engineer voor Johnny Cash) meewerkten. En tot slot; je kunt Tyler Childers op 26 juli a.s. in Paradiso bewonderen. Daar kom je ons zeker tegen!

Nieuwe muziek

Het Australische Husky is zo’n band die hier op de redactie altijd een special plekje heeft gehad. Nieuwe plaat Punchbuzz, de derde sinds 2012, heeft dat gevoel zelfs sterker gemaakt. Na eerste voorproefje Late Night Store, geeft single Ghost de volgende slinger aan de volumeknop van de kantoorstereo.

Punchbuzz is geschreven in Berlijn, in de nachtelijke uren. Frontman Gawenda Husky vertelt:

“That’s my rhythm. I’m up until 3 or 4 in the morning; I need those hours after midnight. There’s something about the night time, something happens when the sun goes down. Reason and logic depart, magic and mystery arrive.”

Ghost, over de gevaren van de nacht, is het eerste liedje van de plaat die officieel 14 juli uitkomt. Samen met Late Nite Store en titeltrack Punchbuzz is het – volgens het toegestuurde bio’tje – “the most immediate, yet most evocative, songs he’s [Gawenda] ever written.” Dat benadrukt ons gevoel dat deze band alleen maar beter en beter wordt.


Nieuwe muziek