“The Matchstick Skeletons came out of the grave swinging”. Afgaande op single Told Ya So klopt dat volgens ons wel. Na heel wat omzwervingen en muzikale escapades (plaat opgenomen in Wales, airplay in Engeland) was het in thuisland Canada dat ze besloten verder te gaan onder de naam The Matchstick Skeletons. Hoe dat klinkt? Als de liefdesbaby van James Brown en Lemmy. Verder leuk om te weten: Told Ya So is hun eerste echte single. Prima binnenkomer! Let ook even op de Tarantino-achtige video. Op naar meer!
Categorie: <span>Nieuwe muziek</span>
Want dat doet Brandon Decker (uit Sedona, Arizona). Hij bevestigt zijn kunde met een uitstekende nieuwe single, The Matador. Eentje die gaat verschijnen op zijn nieuwe album, Born to Wake Up.
There’s not a right time to die, zingt-ie. Dat vinden wij ook. Maar meer nog dan ons gelijk, krijgt decker. van ons een dikke pluim. Alweer.
Ierse band The Riptide Movement is er wel klaar mee, al dat plastic afval in onze oceanen en op de stranden. Samen met een paar milieuorganisaties deed de band een aantal optredens in kustgebieden, met single ‘Plastic Ocean‘ als uithangbord voor de strijd tegen het rondslingerende plastic. Een stukje bewustwording naar de mensen toe, vinden wij ook weleens goed. Helemaal als het muzikaal ook nog eens klopt. Het is een catchy, vrolijk liedje (opgenomen met Chris Coady, producer bij oa Future Island en Slowdive) waar je niet boos op kan worden. “Slowburning, melodic Indie Rock,” noemt de PR-machine achter de Ieren het en daar hebben ze gewoon gelijk in. Tel daar de mooie videoclip ook nog eens bij op. “Beautifully powerful choreography” van het Londense dansduo Carmine De Amicis en Harriet Waghorn.
Top. Zo maar doen dan? Gaat het zo mee? Geen tasje?
In februari van dit jaar vertrok Belgische band Geppetto & The Whales naar Eau Claire, Wisconsin (USA). Daar ging het voor haar tweede plaat aan de slag met Brian Joseph, de producer / muzikant die zichzelf “co-pilot to Justin’s vision” kan noemen. En die Justin is natuurlijk Bon Iver. Uit de wereld spelen ook mee: Ben Lester (in de band van The Tallest Man on Earth), Rob Moose (speelt met The National, Arcade Fire), Trever Hagen (bij Bon Iver) en Jeremy Boettcher (bij S. Carey).
Genoeg namen gedropt. Naar de muziek, want die is prachtig. Liet voorproefje Rites Of Passages al horen dat er een mooie plaat aan komt, eerste single I Know Who You Were lost die belofte al bijna helemaal in. Het is een venijnig ledje, luistert als een afrekening. Meteen al in het eerste couplet:
In being the best
You hurt so many others
To feed on the rest
And the rests of others’ fights
But where will you hide
When the day comes
Bam. Prachtig.
Gulf Breeze Motel, dat klinkt als een plek waar we graag zouden zijn. Drankje erbij, koptelefoon op, boekje ernaast. Het is echter geen vakantiebestemming, maar de track van de mannen van Farewell Company. Zes man sterk zijn ze maar liefst en samen maken ze de muziekscene in Nashville onveilig. Dat doen ze met een Parker Millsap-achtige sound (en misschien wat Nutini?). Een sound die wij in ieder geval enorm kunnen waarderen.
Uit Nashville komt het geluid van Palm Ghosts. Geen country zoals de plaatsnaam stereotiep doet vermoeden, maar we horen vooral 80’s New Wave invloeden op het nieuwe album Architecture. Dat weet de band ook, en de leden maken er dan ook geen geheim van dat er werk van Cocteau Twins, Peter Gabriel, Dead Can Dance, New Order en The Cure in hun platenkast staat.
Brein achter Palm Ghosts is songwriter / producer Joseph Lekkas. In 2013 begon hij de band, in Philadelphia. Uit noodzaak: hij ontdekte dat creatief bezig zijn met muziek hem door een zware periode van depressiviteit en angsten zou helpen. Een winter lang werkt hij aan een titelloos debuutalbum, dat verscheen in 2013 dat hij zelf omschreef als “sun-damaged American music”. In 2015 vertrok hij naar Nashville en bouwde daar een huisstudio waar hij Greenland (2017) en nieuwe plaat Architecture opnam.
Waar het eerdere werk gelabeled kon worden als lo-fi indie folk / dreamy pop, overheerst op Architecture een donkere post punk sound. Dus: veel gitaarlagen, synthesizers en drumcomputers. Lekkas vertelt: “I try to combine the things I love the most about early 80s music. The eccentricity of bands like XTC, The lush waves of sonic bliss from the early 4AD bands and The Cure, The dark dance music of Factory Records and the worldliness and adventurous palate of an artist like Peter Gabriel.”
Toch is Architecture geen nostalgische We Love The 80’s verzamelaar geworden, hoort ook Lekkas: “Perhaps it is the male / female co-lead vocals, two completely different voices that blend in a unique way. The lyrics mostly deal with things I sadly know a thing or two about… depression and anxiety. the dissolution of love , but there are also some political nods to modern america and war.”
Prima single ‘Winter In Love’ gaat over het verdwijnen van liefde en verdwalen in de sneeuw, dat zich goed liet vertalen naar een geanimeerde videoclip. “Because I could utilize negative space in an interesting way,” aldus regisseur Nathan Morrow. “The video obviously portrays a relationship but I decided to leave a lot of the details open ended.”
Vijf vrienden uit Los Angeles. Eentje is een meubelontwerper. Een andere een journalist. Eentje was bassist in prima band The Pains Of Being Pure At Heart en zingt nu. Weer een ander is designer en dan is er ook nog een visual artist. Samen heten ze Massage, en elke maandag maken ze plezier met liedjes van hun helden, zoals the Feelies, the Go-Betweens, Twerps, Sarah Records en Flying Nun.
En ze schrijven eigen liedjes. En die liedjes werden een plaat: Oh Boy. Uiteraard in eigen beheer uitgegeven, want als het aan Massage ligt, hoeft het allemaal niet zo nodig. Uit het persbericht: “Massage is like a band of thirtysomethings playing in a suburban garage, only better. Massage is like a band of teenagers playing in a suburban garage, only worse.”
Eerste single is de titeltrack, Oh Boy. Hun poging “to capture this easy alchemy on tape—the strange magic of a bunch of amateurs coming together, finding their own wavelength and making something out of nothing.” En dat lukt wonderwel. Het plezier is voelbaar. Ongedwongen wegdrijven. Volgens Gabi, die in harmonie met Andrew zingt, is het liedje “a portrait of domestic quotidian, presented without judgment, that in the end speak to longing and inspire melancholy.”
Een plaat als een heerlijk briesje in warme tijden. Op repeat die handel.
Soms is het prima om niet afgeleid te worden door allerlei randzaken. RHEMA is zo’n geval. Geen biografie, geen Facebook, geen site. Alleen wat liedjes. Waaronder Staring Through The Rain. Een Bowie-achtige classic waarin we ook het geluid van het Nederlandse Stillwave horen.






